Ik zat in de auto en het regende. Hard. Al de hele ochtend. En het plan was om die middag de White Mountains van New Hampshire te beklimmen. Eigenlijk was het seizoen nog niet eens begonnen. De meeste hutten in de bergen waren nog gesloten. Hoog in de bergen sneeuwde het. Er was zo goed als geen uitzicht door de bewolking. En regen dus. Ik reed door, maar begon alvast met teleurgesteld zijn.
Het was tijd om een besluit te nemen. Ik parkeerde de auto op een punt waar ik moest kiezen tussen de bergen of de volgende bestemming. Maar eerst liet ik me afleiden door een berichtje van Laura (korte introductie: we hebben elkaar begin maart ontmoet, vinden elkaar leuk, en moeten elkaar nu twee maanden missen). Ik antwoorde, zij antwoorde, we skypten tot de verbinding het opgaf. De regen verdween en ik reed met frisse moed de bergen in.
Na een uur stijl omhoog lopen en over rotsblokken klimmen zag ik de eerste sneeuw. Onheilspellend. Ik moest nog een uur of twee omhoog en de sneeuw maakte de stenen glad. Maar al na anderhalf uur kwam ik ongeschonden aan bij de Carter Notch Hut op 1000 meter hoogte.
Ik had de smaak te pakken, liet mijn rugzak achter in de hut en ging verder omhoog. Maar behalve een laag sneeuw was alles nu ook bedekt met een dun laagje ijs. En de route was stijl, heel erg stijl. Met handen en voeten, steun zoekend aan bomen, soms billen eerst, ging ik nog eens 400 meter omhoog.
De top, de Carter Dome, was een kleine open plek, omringd door dennenbomen gehuld in ijs. Het was er muisstil, ik was er alleen op de wereld. Het was een magische plek.
Die nacht sliep ik in de Carter Notch Hut bij min vijf graden Celsius, met al mijn kleren aan en de volgende ochtend volgde ik de gladde weg terug naar beneden via Wildcat Mountain. Veel later dan verwacht, in de late middag, zat ik weer in mijn auto. Nog steeds had ik door de dichte bewolking nauwelijks iets van het gebergte in de omgeving gezien, maar het was een heerlijke tocht geweest.
De volgende lastige keuze lag voor me. Het was al bijna avond en ik had nog geen host in Burlington gevonden, wat mijn volgende bestemming zou zijn. Burlington ging het niet worden. Ithaca, waar ik wel een adres had, was nog 8 uur rijden. Ik besloot zo ver mogelijk door te rijden, de snelheid van mijn auto te testen op de lege, maar bochtige snelweg -ik haalde 110 mijl per uur-, eindigde de dag om 23 uur in het Windmill Motel en viel in slaap met de Late Late Night Show.






Zo enthousiast als ik vier jaar geleden begon als Statenlid, zo enthousiast vertrek ik nu. Nog voordat ik geïnstalleerd was als Statenlid stelde ik schriftelijke vragen. Over de achterblijvende realisatie van windenergie in Utrecht. Ergens onderweg verloor ik dat enthousiasme.